Voor school

In het Beroepsprofiel Ergotherapeut* is het volgende voorbeeld uit onze praktijk opgenomen:

Casus Mehmed: Ik ben leerkracht van groep twee op een reguliere basisschool, die sinds kort onderdeel van een brede school is geworden. Het doel van de brede school is de ontwikkelingskansen van de kinderen te vergroten. Vanuit de brede school kunnen we nu de ondersteuning in de klas krijgen van een ergotherapeut. In mijn klas zit Mehmed, hij is zes jaar. Hij heeft al een tijdje fysiotherapeutische ondersteuning. Ik merk dat zijn grote en kleine motoriek vooruit gaan, maar in de klas blijft hij moeite houden met planmatig handelen, samenspelen, papier- en penactiviteiten, concentratie en gedrag. Ik vraag me echt af hoe dat kind in staat is om te leren schrijven in groep drie. In overleg met de ouders besloot ik de ergotherapeut in te schakelen om advies te vragen voor de ondersteuning van Mehmed in de klas.

De ergotherapeut begon met een observatie van Mehmed tijdens het werken in de klas. Over de analyse van de observatie is een gesprek geweest met de ergotherapeut, de ouders en mijzelf. Het werd mij toen duidelijk dat het voor Mehmed te moeilijk is om planmatig te handelen met een aantal kinderen tegelijk in de bouwhoek of in een andere hoek, dat gaat ook inderdaad vaak mis. De ergotherapeut gaf aan dat met een ander kind samen spelen al meer dan genoeg is voor Mehmed. Ze heeft een keer samen met Mehmed en een ander kind gewerkt en naar mij geadviseerd de vier stappen: 1) wat, 2) hoe, 3) doen en 4) evalueren te gebruiken. Dat werkte goed: Mehmed was door de aangeboden structuur goed aan het werk en ik hoefde minder in te grijpen en bij te sturen. Ik gebruik de strategie nu ook bij andere kinderen die moeite met planmatig werken hebben. Ook de moeder van Mehmed gebruikt deze strategie thuis met hem en dat werkt daar ook goed. De moeder vertelde mij dat ze blij was dat de ergotherapeut een keer thuis met haar en haar man gepraat had over hoe zij gewend waren dingen met Mehmed aan te pakken. En ze vertelde dat de ergotherapeut goed had uitgelegd waarom zij deze manier voorstelde en had overlegd of die manier bij hun gezin paste.
Daarnaast heeft Mehmed nog moeite met tekenen en kleuren en lukken voorbereidende schrijfoefeningen nog helemaal niet. Die dingen heeft de ergothrapeut ook samen met hem in de klas gedaan. Naar aanleiding daarvan zijn er adviezen gegeven over de pengreep en met welke dikte potloden en kleurtjes hij het beste kan werken.
De ergotherapeut heeft nog een aantal andere dingen op school gedaan, zoals advies gegeven over een vervangende vulpen in groep vier, meegedacht over de nieuwe schrijfmethode die we gaan aanschaffen, een incompany cursus gegeven over (voorbereidend) schrijven. Na die cursus hebben verschillende collega’s van mij de ergotherapeut ook geconsulteerd voor coaching van leerlingen die moeite hebben met schrijven.

Ik vind het een meerwaarde dat we als brede school de ergotherapeut zo gemakkelijk kunnen inschakelen bij kinderen die moeite hebben om  mee te doen in het schoolprogramma. Doordat de ergotherapeut in de natuurlijke omgeving van de klas meekijkt, zijn de adviezen daarop gericht en bruikbaar in de praktijk. En het allerbelangrijkste vind ik dat ik zelf veel leer van de gegeven adviezen en dat ik die ook bij andere kinderen kan gebruiken.
_____________________________

* M. van Hartingsveldt, I. Logister-Proost, A. Kinébanian
Beroepsprofiel Ergotherapeut. Utrecht, Ergotherapie Nederland 2010